Hoe blijven leraren aan het leren? (een bijdrage van Jozef Kok mei 2011)
Hoe krijgen we leraren die elke dag proberen beter te worden in hun beroep? Leraren die de vakinhoud beheersen, die goed zijn in de vakdidactiek en die oog hebben voor de individuele behoefte van leerlingen. We zullen er vooral voor moeten zorgen dat leraren in functie, elke dag, in het werk, individueel en collectief blijven leren. Als leraren aan het leren blijven dan komt het met het leren van leerlingen vanzelf goed.
Hoe? Die vraag is onlangs (deels) beantwoord door een reviewstudie van de universiteit van Leiden (zie: http://www.onderwijsarbeidsmarkt.nl/publicaties/2010/professionele-ontwikkeling-van-leraren/ ). Een samenvatting van 10 jaar ‘evidence based’ onderzoek, wereldwijd naar kenmerken van effectieve professionalisering van leraren. Zoals vaker met onderzoek, is een belangrijke conclusie: nader onderzoek is nodig. Maar er is toch al wel wat van te zeggen: leraren leren het beste als het aan het lesgeven gerelateerd is (èn vakinhoud, èn vakdidactiek, èn over het leren van leerlingen), als ze daarbij zelf actief en onderzoekend bezig kunnen zijn, als ze dat samen met collega’s kunnen doen en als er voldoende tijd en ruimte voor is. Ze leren èn van experts (cursorisch), èn van elkaar (collegiaal op de werkplek), maar ze leren vooral van zichzelf als ze nieuwe praktijken in hun eigen werksituatie gaan uitproberen en daarop feedback krijgen. Dus eigenlijk weten al best veel. Vraag is dan: waarom doen we dat dan niet? Ook daar geeft het onderzoek een antwoord op. We doen het niet omdat a) leraren geen tijd hebben of krijgen, b) omdat er op scholen geen cultuur van leren aanwezig is, c) omdat het leren van leraren geen prioriteit krijgt van de leiding en d) omdat er een te weinig leerling-gericht leerklimaat is.
De volgende vraag wordt dus: hoe gaan we deze belemmeringen voor het leren van leraren wegnemen? Dat brengt mij op een tweede ook zeer interessante studie: die van Michael Fullan, onlangs (2010) uitgevoerd in opdracht van McKinsey: ‘How the world most improved school sytems keep getting better’. Zie:http://www.mckinsey.com/clientservice/Social_Sector/our_practices/Education/Knowledge_Highlights/How%20School%20Systems%20Get%20Better.aspx Deze studie is een vervolg op een eerdere studie van McKinsey en de OECD met als titel: ‘How the World best performing school systems come out on top’. Dat rapport uit 2007 had als belangrijkste conclusie: it’s the teacher stupid! Het is de kwaliteit van de leraar en de adaptiviteit van het onderwijs dat hij weet te ontwerpen dat verschillen tussen onderwijssystemen kan verklaren. In het nieuwe rapport gaat het over de vraag hoe we onze onderwijssystemen kunnen verbeteren om die betere leraren te krijgen. Er is ook een mooie samenvatting van, dus die hoef ik hier niet te maken, ik kan er naar verwijzen: http://www.mckinsey.com/clientservice/Social_Sector/our_practices/Education/Knowledge_Highlights/~/media/Reports/SSO/Education_Intro_Standalone_Nov%2026.ashx
Uit Kader Primair (januari 2011): een artikel bijgevoegd van Roos et al. (TNO) , dat gaat over Bevlogenheid in het onderwijs.
Op basis van de gegevens van de 1.300 werknemers formuleerde TNO een top 5 van werkstressoren en energiebronnen (samenhangend met bevlogenheid en betrokkenheid) voor leerkrachten in het po en het vo. Deze opsommingen helpen om de nummer 1-positie van het onderwijs op zowel de burnout- als de bevlogenheidsranglijst te begrijpen. Wat kan een schoolleider doen met betrekking tot ontwikkelingsmogelijkheden? Let bij de verdeling van het werk op de verdere ontwikkeling van de leerkracht, zorg dat hij of zij ambities kwijt kan en zich voldoende kan ontplooien. Stimuleer de leerkracht bovendien om verschillende ervaringen op te doen en nieuwe dingen te leren. Blijf in gesprek: houd zicht op de kwaliteiten en deskundigheid van iedere individuele leerkracht. Aandacht voor ontwikkelingsmogelijkheden is goed in te passen in bestaande schoolstructuren. Meer lezen:
Uit het weeklog van Sjoerd Slagter van de VO-raad (24 -28 januari 2011) Professionalisering van onze sector is nog steeds een van de belangrijkste speerpunten van de VO-raad. We gaan daar dan ook steeds meer zelf op sturen. Maandag was ik aanwezig bij de start van de masterclass ‘Huis van het werkvermogen’, georganiseerd door Arbo-VO, met als belangrijkste spreker professor Juhani Ilmarinen uit Finland. Ilmarinen is een specialist op het gebied van leeftijdsbeleid en doet onderzoek om het werkvermogen van medewerkers te optimaliseren. In een sector waar werkdruk hét thema is, is dit een onderwerp waar we vanzelfsprekend veel aandacht voor hebben. Er waren ruim 60 collega’s (volle bak) op de masterclass afgekomen. In mijn opening onderstreepte ik de rol van de schoolleider bij de werving van nieuwe docenten en het optimaliseren van de inzet van huidige werknemers. We moeten werk maken van het vergroten van de inzetbaarheid van (potentiële) docenten door ons te richten op individuele wensen en te kiezen voor maatwerk. Rex Couzijn, rector van het Dorenweerd College, werkt met de Workability Index en vertelde over de gegevens die deze aanpak levert inzake belasting en belastbaarheid van docenten. ‘De sfeer is opener, we spreken makkelijker over werkbeleving, er ontstaat een onderlinge aanspreekcultuur en er is ruimte voor individuele wensen’, aldus Couzijn. Allemaal zaken die positief bijdragen aan het werkvermogen binnen de school. Uit de gesprekken met collega’s leid ik af dat veel scholen het voorbeeld van het Dorenweerd College zullen volgen. Daarmee leveren we een mooie bijdrage aan de professionalisering van onze sector.
Achtergrond informatie over werkenergie
Hoe blijven leraren aan het leren? (een bijdrage van Jozef Kok mei 2011)
Hoe krijgen we leraren die elke dag proberen beter te worden in hun beroep? Leraren die de vakinhoud beheersen, die goed zijn in de vakdidactiek en die oog hebben voor de individuele behoefte van leerlingen. We zullen er vooral voor moeten zorgen dat leraren in functie, elke dag, in het werk, individueel en collectief blijven leren. Als leraren aan het leren blijven dan komt het met het leren van leerlingen vanzelf goed.
Hoe? Die vraag is onlangs (deels) beantwoord door een reviewstudie van de universiteit van Leiden (zie: http://www.onderwijsarbeidsmarkt.nl/publicaties/2010/professionele-ontwikkeling-van-leraren/ ). Een samenvatting van 10 jaar ‘evidence based’ onderzoek, wereldwijd naar kenmerken van effectieve professionalisering van leraren. Zoals vaker met onderzoek, is een belangrijke conclusie: nader onderzoek is nodig. Maar er is toch al wel wat van te zeggen: leraren leren het beste als het aan het lesgeven gerelateerd is (èn vakinhoud, èn vakdidactiek, èn over het leren van leerlingen), als ze daarbij zelf actief en onderzoekend bezig kunnen zijn, als ze dat samen met collega’s kunnen doen en als er voldoende tijd en ruimte voor is. Ze leren èn van experts (cursorisch), èn van elkaar (collegiaal op de werkplek), maar ze leren vooral van zichzelf als ze nieuwe praktijken in hun eigen werksituatie gaan uitproberen en daarop feedback krijgen. Dus eigenlijk weten al best veel. Vraag is dan: waarom doen we dat dan niet? Ook daar geeft het onderzoek een antwoord op. We doen het niet omdat a) leraren geen tijd hebben of krijgen, b) omdat er op scholen geen cultuur van leren aanwezig is, c) omdat het leren van leraren geen prioriteit krijgt van de leiding en d) omdat er een te weinig leerling-gericht leerklimaat is.
De volgende vraag wordt dus: hoe gaan we deze belemmeringen voor het leren van leraren wegnemen? Dat brengt mij op een tweede ook zeer interessante studie: die van Michael Fullan, onlangs (2010) uitgevoerd in opdracht van McKinsey: ‘How the world most improved school sytems keep getting better’.
Zie:http://www.mckinsey.com/clientservice/Social_Sector/our_practices/Education/Knowledge_Highlights/How%20School%20Systems%20Get%20Better.aspx
Deze studie is een vervolg op een eerdere studie van McKinsey en de OECD met als titel: ‘How the World best performing school systems come out on top’. Dat rapport uit 2007 had als belangrijkste conclusie: it’s the teacher stupid! Het is de kwaliteit van de leraar en de adaptiviteit van het onderwijs dat hij weet te ontwerpen dat verschillen tussen onderwijssystemen kan verklaren. In het nieuwe rapport gaat het over de vraag hoe we onze onderwijssystemen kunnen verbeteren om die betere leraren te krijgen. Er is ook een mooie samenvatting van, dus die hoef ik hier niet te maken, ik kan er naar verwijzen: http://www.mckinsey.com/clientservice/Social_Sector/our_practices/Education/Knowledge_Highlights/~/media/Reports/SSO/Education_Intro_Standalone_Nov%2026.ashx
Uit Kader Primair (januari 2011): een artikel bijgevoegd van Roos et al. (TNO) , dat gaat over Bevlogenheid in het onderwijs.
Op basis van de gegevens van de 1.300 werknemers formuleerde TNO een top 5 van werkstressoren en energiebronnen (samenhangend
met bevlogenheid en betrokkenheid) voor leerkrachten in het po en het vo. Deze opsommingen helpen om de nummer 1-positie van het onderwijs op zowel de burnout- als de bevlogenheidsranglijst te begrijpen. Wat kan een schoolleider doen met betrekking tot ontwikkelingsmogelijkheden? Let bij de verdeling van het werk op de verdere ontwikkeling van de leerkracht, zorg dat hij of zij ambities kwijt kan en zich voldoende kan ontplooien. Stimuleer de leerkracht bovendien om verschillende ervaringen op te doen en nieuwe dingen te leren. Blijf in gesprek: houd zicht op de kwaliteiten en deskundigheid van iedere individuele leerkracht. Aandacht voor ontwikkelingsmogelijkheden is goed in te passen in bestaande
schoolstructuren. Meer lezen:
Uit het weeklog van Sjoerd Slagter van de VO-raad (24 -28 januari 2011)
Professionalisering van onze sector is nog steeds een van de belangrijkste speerpunten van de VO-raad. We gaan daar dan ook steeds meer zelf op sturen. Maandag was ik aanwezig bij de start van de masterclass ‘Huis van het werkvermogen’, georganiseerd door Arbo-VO, met als belangrijkste spreker professor Juhani Ilmarinen uit Finland.
Ilmarinen is een specialist op het gebied van leeftijdsbeleid en doet onderzoek om het werkvermogen van medewerkers te optimaliseren. In een sector waar werkdruk hét thema is, is dit een onderwerp waar we vanzelfsprekend veel aandacht voor hebben. Er waren ruim 60 collega’s (volle bak) op de masterclass afgekomen. In mijn opening onderstreepte ik de rol van de schoolleider bij de werving van nieuwe docenten en het optimaliseren van de inzet van huidige werknemers. We moeten werk maken van het vergroten van de inzetbaarheid van (potentiële) docenten door ons te richten op individuele wensen en te kiezen voor maatwerk.
Rex Couzijn, rector van het Dorenweerd College, werkt met de Workability Index en vertelde over de gegevens die deze aanpak levert inzake belasting en belastbaarheid van docenten. ‘De sfeer is opener, we spreken makkelijker over werkbeleving, er ontstaat een onderlinge aanspreekcultuur en er is ruimte voor individuele wensen’, aldus Couzijn. Allemaal zaken die positief bijdragen aan het werkvermogen binnen de school. Uit de gesprekken met collega’s leid ik af dat veel scholen het voorbeeld van het Dorenweerd College zullen volgen. Daarmee leveren we een mooie bijdrage aan de professionalisering van onze sector.
Meer weten over de Workability index: http://www.workabilityindex.nl/wai/Work-Ability-Index/Wat-is-de-WAI.html